Rustig, ondiep zoet water met veel waterplanten. Denk: plassen, vennetjes, brede sloten, petgaten. Hij wil dekking om te nestelen: riet, lisdodde, zeggen, krabbenscheer. Dus: laat oevers rommelig. Maai gefaseerd en nooit alles tegelijk. In parkvijvers: liever natuurlijke oevers dan strak steenwerk. Op het erf: een poel met flauwe randen en een strook riet is goud.
De dodaars is een kleine vis- en insectenjager. Hij tikt stekelbaarsjes weg, maar leeft ook op waterkevers, libellenlarven en andere waterbeestjes. Hij laat je zien of je water leeft: helder water + veel waterplanten = kans op dodaarzen. Grote roofvissen en roofvogels pakken ‘m soms, maar vooral verdwijnen broedsels door verstoring en kale oevers.
Het hele jaar. Minder zichtbaar in het broedseizoen (grofweg april–juli), als hij tussen het riet z’n drijvende nest bouwt. Buiten het broedseizoen vaker in groepjes, dan valt ie meer op.
Broedvogel en standvogel. Lokaal aanwezig, kwetsbaar waar oevers te strak en te vaak worden opgeschoond.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Dodaars dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.