Elzen en berken met zaadjes. Dennen en sparren in de buurt. Rustige hoekjes met wat struikgewas om snel in te duiken. In de winter: voerplekken waar je niet elke dag aan loopt te rommelen. Doen: plant een els of berk (ook als ‘ie klein blijft). Laat distels en paardenbloemen deels staan tot ze zijn uitgebloeid. Hang in de winter een silo met nyjerzaad of zonnebloempitten. Maai in park of erf gefaseerd: altijd ergens zaad.
Sijzen zijn zaadopruimers. Ze halen zaden uit elzenproppen en berkenkatjes en houden zo de zaadstroom in gang. Ze zijn zelf ook prooi voor sperwer en havik—energiepakketjes in de winter.
Het hele jaar mogelijk. Aantallen schommelen: sommige winters ineens massaal, andere jaren bijna niet. Broeden vooral in naaldbos en gemengde bosranden.
Niet bedreigd. Wel afhankelijk van zaaddragende bomen en kruidenrijke randen.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.