Licht loofbos met open plekken. Elzen- en wilgenbroek, oude boomgaarden, parkachtige lanen. Rust. Hoog groen om in te zingen, en genoeg struiken eronder. Doen: laat hoekjes verwilderen. Plant inheemse bomen en struiken: wilg, els, zomereik, lijsterbes, sleedoorn, meidoorn. Heggen breed, niet strak geschoren. In het buitengebied: houtwallen en singels aanleggen of herstellen. Maaien? Gefaseerd, nooit alles tegelijk.
Insectenjager met smaak: rupsen, kevers, vliegen. Pakt ook bessen en kersen als het kan. Minder insecten = minder wielewaal. En ja: hij is zelf weer voedsel voor havik en sperwer. Zo hoort het web.
Mei tot en met augustus. Daarna weer weg naar Afrika.
Zeldzame broedvogel. Niet overal meer vanzelfsprekend, wel nog mogelijk waar het groen oud, gevarieerd en rustig mag zijn.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.