De keep is gek op zaden. Vooral van berk en els – dus plant die bomen als je ruimte hebt. In de winter duiken ze ook massaal op bij beuken vol nootjes. Laat uitgebloeide planten staan, zoals zonnebloem en kaardebol. Strooi in koude maanden wat ongezouten zonnebloempitten of gebroken maïs bij. En maak het niet te netjes: een beetje rommelige rand met gras en zaaddragende kruiden is een keep-magneet. Geen pesticide, wel wintervoorraad.
Een echte zaadverspreider. Wat erin gaat, komt er elders weer uit – inclusief kiemkracht. In de broedtijd eten ze ook insecten, belangrijk eiwit voor opgroeiende jongen. Zelf zijn ze prooi voor sperwers en andere roofvogels. In de winter vormen ze soms enorme zwermen: samen sterk, samen warm.
Vooral wintergast (okt–mrt). Broedt met name in Scandinavië en Rusland. In sommige winters zijn ze hier talrijk, in andere winters schaars – dat hangt af van het voedselaanbod in het noorden.
Beschermde inheemse vogel. Niet bedreigd op Europese schaal. Aantallen in Nederland schommelen sterk per jaar. Een landschap met meer zaaddragende bomen en kruiden maakt ons land aantrekkelijker als winterplek.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.