Open land met rafelranden. Schuren, stallen en oude bomen met holtes. Rust, donker en ruimte om laag te jagen. Help ’m door een nestkast op te hangen in een rustige schuur (vrije aanvliegroute, geen felle lampen). Laat een rommelhoekje staan met hout, stenen en hoog gras: muizenhotel. In tuin en park: maak ruige stroken langs paden, maai pas laat en niet alles tegelijk.
Topjager op veldmuizen, bosmuizen en woelmuizen. Eén gezin tikt er duizenden weg per jaar. Dat scheelt gedoe op erf en akker. Kerkuilen zijn zelf prooi voor o.a. oehoe en havik; vooral jongen zijn kwetsbaar.
Jaarrond. Broedt vaak vroeg, soms zelfs al in februari. In muizenrijke jaren volgt geregeld een tweede broedsel.
Broedvogel. Lokaal kwetsbaar: minder prooi door strak gemaaide graslanden, minder nestplekken en gevaarlijke wegen. Met goede nestkasten en ruige randen kan het snel beter.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.