Halfopen groen met rommelige randjes. Hagen, struiken, gazon met mos, een beetje blad en schaduw. Natte plekken zijn bonus: daar trek je regenwormen mee aan. Laat in de tuin een hoekje met bladstrooisel liggen en maai niet alles strak. In park en erf: zet een dichte haag van meidoorn, sleedoorn, liguster of hulst. In landbouwgebied: brede houtwallen en kruidenrijke akkerranden; slootkanten gefaseerd maaien.
Eet vooral regenwormen, slakken en insecten. Ruimt zo het “knaag- en kruipspul” op en voert er jongen mee groot. In nazomer pakt ie bessen van lijsterbes, meidoorn en vlier en verspreidt zaden. Zelf staat ie op het menu van sperwer en havik: hoort bij een levend landschap.
Het hele jaar. Veel zijn standvogel, in najaar en winter komen er extra uit het noorden bij.
Algemeen, maar gaat al jaren achteruit. Meer dekking en meer bodemleven helpt direct.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.