Kort gras met leven erin. Weilanden, sportvelden, boomgaarden, erven, parken. En vooral: plekken waar hij met z’n snavel makkelijk in de bodem kan prikken. Hang een spreeuwenkast op (vliegopening 45 mm), liefst aan een boom of gevel met vrij aanvliegen. Laat wat rommelhoeken liggen: ruige randjes, compost, oude boomstammen. Daar zit het buffet.
In het broedseizoen leeft hij op insecten, larven en regenwormen. Hij ruimt emelten en engerlingen op, precies die beestjes waar gras en gewassen van balen. Later schakelt hij over op bessen en fruit. Jonge spreeuwen zijn weer prooi voor sperwer en havik: snelle energie in de voedselketen.
Het hele jaar. In najaar en winter komen er extra spreeuwen bij uit Noord- en Oost-Europa. Dan krijg je die beroemde zwermen boven riet en akkers.
Algemeen, maar al jaren in stevige achteruitgang als broedvogel in Nederland. Meer kruidenrijke graslanden, bloemrijke randen en nestplekken helpen direct.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.