Rust. Oude bomen met holtes. Donkere randjes van bos, park en erven. Ja, ook jouw tuin: als er maar dekking is. Hang een stevige nestkast voor bosuil op een rustige plek (liefst 4–6 meter hoog, vrije aanvliegroute). Laat rommelhoekjes staan: houtstapels, takkenrillen, hoog gras. Dat is muizenhotel.
Nachtelijke opruimer. De bosuil leeft vooral van muizen en woelmuizen, maar pakt ook spitsmuizen, kleine vogels en soms een kikker. Hij houdt muizenpopulaties in toom in bos, park én landbouwgebied. Zelf staat hij op het menu bij de oehoe en soms de havik. Dus: dekking helpt.
Het hele jaar. Roepen hoor je het meest in de herfst en vroege winter. Broeden kan al vanaf februari.
Standvogel. Nog algemeen, maar kwetsbaar door verkeersslachtoffers, minder prooien en het verdwijnen van oude holle bomen. Laat die oude knoesten dus staan.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.