Open land met rommelige randjes. Ruige graslanden, heide, dijken, duinen, bloemrijke akkerranden. Overal waar je lage begroeiing hebt om in te schuilen én paaltjes, takken of hekpalen om vanaf te speuren. Doen: laat stukken gras langer staan, maai gefaseerd, en zet hier en daar een paar staken of een takkenril neer. In tuin en park: maak een wilde hoek met schapenzuring, margriet, knoopkruid, rolklaver en distels. Niet strak harken. Wel leven.
Insecteneter met tempo. Pakt kevers, vliegen, rupsen, sprinkhanen en spinnen; in het najaar ook bessen. Hij is zelf prooi voor sperwer en soms een kat. Meer dekking en meer insecten = meer roodborsttapuiten.
Vooral van maart tot en met oktober. Een klein deel overwintert, maar de meeste trekken naar Zuidwest-Europa en Afrika.
Broedvogel die het moeilijk heeft door verarming en dichtgroeien van open landschap. In veel gebieden afgenomen.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Roodborsttapuit dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.