Open ruimte en rust. Korte vegetatie om te foerageren. Denk: natte graslanden, heide, kwelders, grote akkers met kale plekken. Help ’m door in park of erf een ruige hoek níet overal dicht te planten, maar juist af en toe kort te houden. Op boerenland werkt extensief beheer: later maaien, mozaïekmaaien, plas-dras, en stukken land in de winter nat laten.
Opruimer met gevoel voor timing. Hij prikt regenwormen, emelten en kevers uit de bodem en houdt zo het bodemleven in beweging. Zelf staat hij ook op het menu van roofvogels: een open landschap met genoeg dekking in de buurt maakt het spel eerlijk.
Vooral doortrekker en wintergast: grofweg augustus–april. Broeden doet hij hier maar heel sporadisch.
Niet zeldzaam als trek- en wintervogel, maar wel kwetsbaar door verdroging en te strak gemaaide, te nette landschappen. Rust en natte plekken winnen.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Goudplevier dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.