Rommelige randjes. Heggen, klimop, meidoorn, liguster. En vooral: een plek om te scharrelen. Laat een strookje gras langer, veeg niet alles klinisch schoon. Zandplekje erbij? Top, daar baddert ie in. Hang een mussenkast of dakpankast op, liefst onder de dakrand en niet vol in de middagzon. Mussen wonen graag in de buurt van mussen. Dus: meerdere invliegopeningen, of een rijtje kasten.
De huismus is je gratis opruimploeg én kinderopvang-assistent. In het broedseizoen gaan er kilo’s rupsen, larven en andere insecten doorheen richting de jongen. Buiten die tijd eet ie zaden en kruimeltjes. Sperwer en kat weten ’m ook te vinden: huismus is brandstof voor het hele wijk-ecosysteem.
Het hele jaar. Standvogel.
Algemeen, maar op veel plekken afgenomen. In dorpen en steden nog steeds een bekende buur, zolang er voedsel én nestplekken zijn.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.