Holle bomen, nestkasten en rommelhoekjes waar het krioelt. Zet een nestkast op 2–4 meter, met invliegopening 32 mm. Hang ’m op het noordoosten, een beetje in de schaduw. Laat klimop, meidoorn en hazelaar staan: schuilplek + voedsel voor z’n buffet. In park en erf: minder strak, meer struiklaag. Op het land: kruidenrijke randen en een paar oude bomen doen wonderen.
Topcontroleur van rupsen en bladluizen. In het broedseizoen gaat er een eindeloze stroom insecten naar de jongen. Dat scheelt vraatschade in tuin én boomgaard. Werkt het best waar veel verschillende inheemse planten staan, dus maak het menu groter: brandnetelhoekje, wilde bloemen, ruigte. Sperwer en katten pakken ’m; geef dekking met dichte struiken.
Het hele jaar. In winter vaak in gemengde groepjes, en graag bij voedersilo’s.
Algemeen. Kan lokaal teruglopen bij weinig insecten en te netjes beheer.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.