Open plekjes met korte vegetatie en wat natte randjes. Erf, parkeerplaats, sportveld, bouwterrein, akkerpad: als er maar kale grond en insecten zijn. Help ’m mee: maai gefaseerd, laat stroken ruiger staan, houd een stukje gras kort én laat ergens een rommelhoek. Leg een klein ondiep watertje of modderplek aan. Laat kieren en richels aan schuren en stallen zitten; daar broedt hij graag.
Insecteneter met tempo. Pakt vliegen, muggen, kevers, larven en spinnen van de grond en uit de lucht. Minder insecten = minder kwikstaarten. En kuikens hebben echt veel kleine beestjes nodig.
Het hele jaar. Veel vogels blijven, ’s winters komen er extra uit het noorden bij.
Algemeen. Doet het goed in cultuurlandschap, maar leunt hard op een rijk insectenaanbod en gevarieerd beheer.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.