Nat, rommelig en ruig. Denk: rietranden, moerasjes, slootkanten met hoge kruiden, nat grasland met zegges en lisdodde. Hij zingt graag vanuit dicht struweel. Maak het ‘m makkelijk: laat riet staan tot laat in de winter, maai slootranden gefaseerd en nooit alles tegelijk. In tuin of park: een wadi, vijverrand of nat hoekje met riet, kattenstaart, moerasandoorn en wilg doet wonderen. Op het erf: laat een rommelstrook langs de sloot. Op landbouwgrond: breder kruidenrijk talud, hogere waterstand waar het kan, en een paar ruige hoekjes die je met rust laat.
Insecteneter met smaak voor sprinkhanen, vliegen en muggen. Hij houdt de insectenstroom in natte natuur op tempo. Zijn kuikens zijn extra afhankelijk van veel insecten: een stille slootkant is voor hem gewoon een lege koelkast.
Mei tot en met september. Trekvogel; in het voorjaar hoor je ‘m eerder dan je ‘m ziet.
Zeldzame broedvogel. Plaatselijk aanwezig, kwetsbaar door verdroging en te strak beheer.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Sprinkhaanzanger dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.