Wind in z’n veren en eten dat voor het oprapen ligt. Kust, havens, grote plassen, vuilstorten en akkers na het ploegen. In stad en dorp pakt ’ie net zo makkelijk een patatje als een regenworm. Help ’m zonder rommel: houd afval in bakken met deksel. Laat in park en erf wat kort gras én wat ruiger hoekjes staan, dan vindt hij insecten, wormen en muizen. Op landbouwgrond: laat na de oogst een paar stoppelstroken en akkerranden staan. Daar scharrelt hij graag.
Opruimer met overzicht. Eet vis, krabben, schelpdieren, insecten, wormen en ook kadavers. Zo gaat voedsel terug de kringloop in. Eieren en kuikens worden gepakt door onder andere vos en grote meeuwen—kolonies hebben dus rust en ruimte nodig.
Het hele jaar. Extra veel langs de kust en grote wateren; in de winter ook verder landinwaarts.
Broedvogel en doortrekker. Algemeen, maar broedsucces wisselt sterk per gebied.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.