Wind in de veren en water in de buurt. Stranden, havens, grote plassen, rivieren. En een kort grasveld waar je ‘m ziet trippelen. Help ’m mee: laat oevers rommelig. Riet en wilgenstruweel langs sloot en plas. In park of erf: maaien met pauzes, stukken laten staan. Op het land: kruidenrijke randen langs percelen, natte hoekjes niet strak trekken.
Opruimer met smaak. Eet insecten, regenwormen, kleine visjes en kreeftachtigen. Pakt ook resten, maar is geen “vuilnisvogel”: hij houdt het systeem schoon en schakelt snel mee met wat er is. Kuikens en eieren zijn prooi voor vos en meeuwen onderling; rust en ruimte maken verschil.
Het hele jaar. In winter vaak extra veel uit Noord-Europa. Broedt vooral in het noorden en langs grote wateren.
Algemeen, maar broedpopulaties staan onder druk door verstoring en gebrek aan veilige broedplekken. Rustige eilandjes en kades zonder gedoe: goud waard.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.