Kletsnatte plekken met rust. Plassen, rietranden, natte graslanden, eilanden in een meer. En open water om te foerageren. In het voorjaar wil ie vooral: veilige broedplek in een kolonie, ver weg van voeten en honden.
Opruimer én jager. Pikt insecten en larven van het land, duikt op waterinsecten en kleine visjes, en ruimt soms ook aas op. Zelf staat hij op het menu van vos, marter en grote meeuwen—dus een broedplek zonder roofdierdruk maakt het verschil.
Vooral in het voorjaar en de zomer als broedvogel. In najaar en winter hangen er ook zwartkopmeeuwen rond langs meren, rivieren en plassen; aantallen wisselen per jaar.
Zeldzame broedvogel, schaarse verschijning. Praktisch: doe dit - Laat een hoek nat: ondiepe plas, slootkant, rietstrook. Niet “netjes” trekken. - Maai later en gefaseerd. Altijd stukken laten staan; daar zitten insecten. - Maak in park of plas een klein broedeilandje of drijvend vlot. Rustzone eromheen. - Op het erf: geen steile oevers, juist flauw en rommelig. - Op landbouwgrond: hou natte greppels open, laat kruidenrijke randen staan.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.