Open landschap met hoogte én jachtbaan: heide, uiterwaarden, veen, grote akkers en randen met bomenrijen. Hij broedt graag in een oud kraaien- of eksternest, hoog in een boom. Zorg dus voor rust rond hoge bomen van mei tot en met juli. Laat houtwallen staan, spaar een rij oude populieren of eiken en kap niet “net voor het seizoen”.
Dit is de snelle opruimer van de lucht. Hij jaagt op libellen, grote insecten en kleine zangvogels zoals zwaluwen. Minder insecten = minder boomvalk. Hou sloten, poelen en natte hoeken levend; daar komen libellen vandaan. Maai gefaseerd: niet alles tegelijk, wel telkens wat. Dan blijft er eten in de lucht.
Zomerbroedvogel. Meestal terug in april/mei, weg in augustus/september.
Zeldzaam en kwetsbaar. Geen tuinbezoeker, wel een soort die je landschap beter maakt als je ‘m ruimte geeft.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.