Riet. Veel riet. Natte slootkanten, ruige oevers, rietkragen langs plassen en vaarten. In het broedseizoen graag een dicht gordijn om in weg te kruipen, daarna ook prima in ruig grasland en kruidenranden. Help ’m: laat slootkanten gefaseerd maaien (niet alles tegelijk), zet een strook riet en ruigte gewoon op “niet aankomen”, en maak in park of tuin een nat hoekje met lisdodde, zeggen en riet. Een rommelrand is hier een compliment.
Eet ’s zomers insecten, spinnen en larven: top opruimer van kleine kriebelbeesten rond water. In herfst en winter schakelt ie over op zaden van riet en oeverplanten. Zelf staat ie op het menu van sperwer en bruine kiekendief. Dekking maakt het verschil.
Broedvogel in heel Nederland. Veel blijven, een deel trekt weg. Je kunt ’m het hele jaar tegenkomen.
Algemeen, maar afhankelijk van goede rietkragen en ruige oevers.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.