Modder, open lucht en huizen met een overstek. Hij plakt z’n nest het liefst onder dakranden, in een rijtje met de buren. Eten doet ie vliegend: muggen, vliegen, bladluizen, kleine kevertjes. Hoe meer insecten in de lucht, hoe beter.
Een vliegende insectenstofzuiger. Fijn voor mens én landschap: minder prik, meer balans. En hij is kieskeurig: als huiszwaluwen het redden, zit er nog leven in de lucht.
Meestal van april tot en met september. Daarna richting Afrika.
Broedvogel. Landelijk afgenomen.Maak het ‘m makkelijk: laat een modderplek staan (een ondiep plasje op kale grond werkt al). Hang een huiszwaluwkunstnest onder de dakrand, hoog en uit de regen. Geen plek? Een plankje eronder scheelt poepstress én levert vaak alsnog broedsucces op. In tuin, park en erf: laat kruiden en bloemen langer staan, maai gefaseerd, kies voor inheemse soorten zoals brandnetel, wilg, meidoorn en vlier. In landbouwgebied: laat slootranden en bermen bloeien, minder strak, meer rommelrand. Dat is precies waar insecten opstijgen.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.