Ruimte om te speuren en slim te zijn. Akker, weiland, park, duin, dorp: allemaal prima. Hij pakt graag een hoge uitkijkplek: boom, paal, dakrand. Maak het hem makkelijk met rommelhoekjes: takkenril, houtstapel, ruige berm. Laat in het voorjaar bomen en hoge struiken met rust; daar kan een nest zitten.
Opruimer én jager. Eet insecten, regenwormen, muizen, jonge ratten en ook kadavers. In broedtijd rooft hij soms eieren of jongen van andere vogels; dat hoort bij het systeem. Zelf staat hij op het menu bij Havik en Oehoe. Minder strak beheer = meer natuurlijk evenwicht.
Het hele jaar. Broeden vooral van maart tot en met juni.
Algemene broedvogel. Landelijk stabiel tot licht wisselend, maar lokaal onder druk door het verdwijnen van ruigte, hagen en bomen.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.