Rommelig groen met eten in de buurt. Denk: hagen, struweel, coniferen, klimplanten, én een rustige hoek om te broeden. Laat paardenbloem, weegbree en vogelmuur gewoon staan. Plant inheemse struiken die zaden en beschutting geven: meidoorn, sleedoorn, liguster, vuilboom. In park en erf: minder strak maaien, randen laten rafelen. In landbouwgebied: brede akkerranden met kruiden en grassen; slootkanten later maaien en een strook laten staan.
Zaadeter met smaak voor knoppen en bessen, maar voert jongen ook insecten. Dus: hoe meer kruiden en ruigte, hoe beter voor het hele web. Hij is ook prooi voor sperwer en soms huiskat—dekking in dichte struiken maakt het verschil.
Het hele jaar. In winter vaak in groepjes, soms met kneuen en vinken.
Broedvogel. Aantal sinds 2006 sterk afgenomen; gevoelig voor ziekte-uitbraken. Voer je bij? Maak voedersilo’s en drinkbakken vaak schoon en strooi liever dan dat je propt.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.