Dichte rommelranden langs water. Riet, bramen, wilgenopslag, brandnetels. Nat grasland met slootkanten. En vooral: dekking. Deze vogel leeft liever in een groene wirwar dan in een strak park. Doen: laat oevers rafelig. Maaien? Gefaseerd, niet alles tegelijk. Zet een strook riet en ruigte langs sloten en vijvers. Plant meidoorn en sleedoorn in hagen. Laat braam gewoon braam zijn.
Insecteneter met tempo. Pakt kevers, vliegen, spinnen en larven uit het struweel en riet. Hoe meer insecten, hoe meer zang. En hij is zelf ook voer voor sperwer en katten: dichte dekking maakt het eerlijker.
Het hele jaar. Veel vogels overwinteren hier, en na zachte winters breidt hij makkelijk uit. Zingen kan al midden in de winter.
Niet bedreigd. Neemt toe, vooral in natte, beschutte gebieden met voldoende ruigte.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.