Open, ruig en koud graag. Korte vegetatie met zaadrijke rommel: bermen, braakstukjes, duintoppen, stoppelvelden. In tuin of park? Laat een hoekje “winterrommelig”. Pluk niks strak. Laat aren, uitgebloeide schermen en graspluimen staan. Zet inheemse zaadgevers neer zoals teunisbloem, koninginnekruid, paardenbloem en weegbree. Voer je bij? Strooi dan klein zaad (gierst, millet, kanariezaad) op de grond, liefst onder een haag tegen wind en katten.
Wintergast die het opruimteam is van zaden. En hij is zelf voer voor sperwer en slechtvalk. Hoe meer zaad en schuilplek, hoe langer hij blijft hangen.
Vooral november tot maart. De meeste jaren schaars, soms ineens een kleine invasie.
Schaarse doortrekker en wintergast. Niet bedreigd als soort, wel afhankelijk van zaadrijke winters en rustige, open plekken.
OH NEEEEE, hoe klinkt de IJsgors dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.