Kort gras en openheid. Natte weilanden, uiterwaarden, akkers met stoppel, en een veilig eilandje of dijk om te slapen. Geef ’m rust: houd honden aan de lijn langs plassen en oevers. In park of erf: laat een grasstrookje kort, maar maai gefaseerd. In landbouwgebied: laat na de oogst wat stoppels staan en spaar natte hoekjes; daar tanken ze bij.
Brandganzen zijn de levende grasmaaiers van winterse landschappen. Hun gegraas houdt gras jong en voedzaam voor meer soorten. Ze zijn ook prooi voor vos en zeearend; dat hoort bij een landschap dat weer klopt.
Vooral wintergast: grofweg oktober tot april. Steeds vaker blijven er ook 's zomers hangen en broeden ze lokaal.
Algemeen. Populatie sterk toegenomen. Rust en ruimte blijven de sleutel.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.