Open water met gras eromheen. Parkvijvers, plassen, uiterwaarden, natte weilanden. Kort gras is zijn buffet. Maak je tuin niet tot golfbaan: laat een hoek ruiger, met hoge kruiden en een rommelrand. In park en erf: laat oevers natuurlijk. Geen strak kantscheren, wel riet en lisdodde laten staan. Op landbouwgrond: houd plas-dras stukjes en brede, natte slootranden. Daar gaat hij graag zitten én broeden.
Hij is een stevige grazer: houdt gras kort en verplaatst voedingsstoffen van land naar water. Eet vooral grassen, scheuten en waterplanten, soms graan. Eieren en kuikens zijn prooi voor vos en zeearend. Te veel ganzen op één plek? Dan helpt variatie: meer ruigte, bloemrijke randen en minder ‘perfect’ maaibeheer verspreidt de druk.
Het hele jaar. Veel broeden hier. Trek is er ook, vooral in najaar en winter.
Algemeen. Exoot. Wordt vaak als overlastsoort beheerd.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.