Ondiep water en rust. Slootkanten, plassen, uiterwaarden, rietkragen. En vooral: modderige randjes waar je lekker kunt stappen zonder weg te zakken. Geef ’m dat in park of polder: laat oevers flauw aflopen en maai niet tot aan het water. Laat riet en lisdodde staan. Plant wilg en els langs de kant voor luwte en schuilplekken. Op het erf: een poel met een brede, ondiepe zoom doet wonderen.
Topjager in het natte randgebied. Eet visjes, kikkers, muizen en grote waterinsecten. Houdt zo de boel in balans. Wordt zelf vooral als ei of jong gepakt door kraaien en roofdieren, dus dekking telt.
Het hele jaar. In winter extra veel door trek en overwinteraars. Broeden gebeurt steeds vaker, vooral in natte moerasgebieden.
Niet bedreigd. Sterke toename, maar afhankelijk van waterkwaliteit, rust en natte natuur met ruimte aan de randen.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Grote Zilverreiger dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.