Hoog wonen, hard vliegen. Oude panden, kerktorens, bruggen. Een vrije aanvliegroute en een spleet onder de dakrand. In de buurt: water, parken, ruigtes en bloemrijke randen waar het gonst van kleine insecten. Doen: hang gierzwaluwkasten onder de dakrand (liefst noord/oost), minimaal 5 meter hoog. Houd de gevel rustig: geen felle bouwlampen bij nestplekken. Renovatie op de planning? Regel neststenen of behoud kieren.
De gierzwaluw is een vliegende insectenveger. Eet muggen, vliegen, bladluizen: alles wat klein is en in de lucht hangt. Minder insecten = minder gierzwaluwen. Simpel. Doen: maak het landschap insectrijk. Zaai en plant inheems: wilde margriet, knoopkruid, rolklaver, rode klaver, duizendblad, fluitenkruid. Laat stukken gras langer, maaien in fases.
Half april/mei tot eind juli/augustus. Daarna weg: winter in Afrika.
Broedvogel. Aantallen nemen al jaren af, vooral door verlies van nestplekken en minder insecten.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.