Water met overzicht. Parkvijvers, plassen, sloten, rivieren. Korte grasmat om te grazen en een eilandje, steiger of dakrand om te broeden. Jij helpt ’m vooral door oevers rommelig te houden: riet, lisdodde en ruigte laten staan. In landbouwgebied: laat slootkanten breed en ongemaaid, met kruiden als smeerwortel en fluitenkruid. Broeden ook regelmatig in bomen (in oude roofvogelnesten bijv.)
Eet vooral gras, scheuten, kruiden en zaden; in de rui ook graag jonge waterplanten. Is prooi voor vos en grote roofvogels (vooral kuikens en eieren). Kan andere wegdrukken door z’n felle territoriumdrift. Met meer ruige oevers en extra broedplekjes verspreid je de druk: minder gedoe op één hotspot.
Het hele jaar. Broedt vroeg, vaak al vanaf februari. In de zomer grote ruigangen bij water.
Knappe Exoot. Algemeen en lokaal soms echt talrijk. Beheer en bestrijding worden op veel plekken toegepast.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.