Rust en dekking. Een oud bos, park of landgoed met hoge bomen om in te broeden, plus open stukken eromheen om te jagen. In de buurt van duiven en lijsters is hij helemaal op z’n plek. Laat in tuin en erf een paar grote bomen doorgroeien. Plant inheemse struiken als meidoorn, sleedoorn en hazelaar: schuilplekken voor prooivogels, en dus een goed jachtbuffet. In landbouwgebied helpt het als houtwallen, singels en kleine bosjes blijven staan. Niet alles strak. Juist rafelranden.
De havik is de baas van de lucht. Hij houdt prooipopulaties scherp: vooral houtduif, kraaiachtigen en zangvogels. Hij wordt zelf zelden gegeten; wel kunnen grotere uilen soms een jong pakken. Minder verstoring rond nest betekent: meer havik, meer balans.
Het hele jaar. Broedt vroeg: vanaf maart, soms al eind februari.
Standvogel. Algemeen tot vrij algemeen, maar gevoelig voor kap, nestverstoring en verkeersslachtoffers.
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.